|
|
Algemeen
Geschiedenis
|
Hondachtigen zijn zoogdieren die worden gekenmerkt door scherpe hoektanden, het gebit van een omnivoor en het skelet van een teenganger (op de tenen lopen zonder dat de hielen de grond raken). Ze behoren tot de carnivoren (vleeseter).
Is de hond een afstammeling van de wolf? In bepaalde gebieden in Europa zijn afdrukken en beenderresten van wolven ontdekt die wel 40.000 jaar oud zijn. Deze beenderen zijn altijd in combinatie met menselijke beenderen opgegraven. Men neemt aan dat de huishond afstamt van vroege wilde hondachtigen (de wolf, jakhals of coyote). |

Afb. Wolf |
Domesticatie van de wolf 40.000 jaar geleden had de mens nog geen vaste woonplaats, maar hij volgde de dieren waar hij op jaagde voor voedsel. Doordat er verandering van het landschap plaatsvond en hierdoor mammoets en bizons zeldzaam werden en het aantal everzwijnen en herten toenam werd de mens gedwongen om nieuwe jachttechnieken toe te gaan passen en hun wapens hierop aan te passen. Een grote concurrent was de wolf, die zich ook met everzwijnen en herten voedde. Tevens gebruikte hij dezelfde jachttechniek: jagen in een roedel met behulp van zogenaamde drijvers.
Het gevolg hiervan was dat de mens ging proberen de wolf te temmen om als 'jachthond' te gebruiken. De domesticatie van de wolf vindt zijn oorsprong waarschijnlijk in Azië. De welpen moesten direct na de geboorte op de mens zijn ingeprent. Als zij hun soortgenoten vervolgens verstootten, was het proces van domesticicatie geslaagd.
Rassen
Van oudsher zijn er verschillende honden gefokt met elk hun eigen taak. Zo waren er honden voor de jacht, om het erf te bewaken of om de mensen gezelschap te houden. Deze honden werden weer verder gefokt op een speciale taak waardoor er uiteindelijk vele verschillende honden zijn ontstaan, zowel in uiterlijk als karakter. Momenteel zijn er meer dan 300 verschillende hondenrassen die erkend worden door de Raad van Beheer (organisatie die zich bezig houdt met (ras)honden en stambomen). Al deze rassen zijn in verschillende rasgroepen in te delen die zijn verdeeld naar karakter en oorspronkelijk gebruiksdoel. Hieronder staat per rasgroep een korte karakteromschrijving van de honden uit die groep.
 Afb. Polski owczarek Nizinny |
Rasgroep 1: Herdershonden en veedrijvers De rasgroep herdershonden en veedrijvers is grofweg te verdelen in 2 verschillende subgroepen. De grootste groep bestaat uit honden die een kudde samen met de herder verplaatsen. De andere groep bestaat uit honden die in de kudde leven en de kudde beschermen tegen roofdieren zoals wolven. Er zit een groot verschil in uiterlijk tussen de verschillende honden in rasgroep 1. De meest bekende zijn de Duitse, Belgische en Hollandse herdershonden. Dit zijn grote, snelle en felle honden die voor de houder de kudde moesten verplaatsen. Ook honden als de Schapendoes en Bearded Collie behoren ook tot deze groep. | De honden die als beschermers leven in een kudde hebben een heel ander uiterlijk dan de honden de kudde verplaatsen voor de herder. De beschermers leefden het hele jaar tussen de schapen; hiervoor hadden ze witte en, vanwege het weertype, dikke vachten die zowel tegen koude als warmte beschermen. Honden uit deze groep, zoals de Tatra, Kuvasz en Pyrenese Berghond, hebben vaak een sterk zelfstandig karakter, aangezien dit nodig was om in de kudde te kunnen werken. Enkele voorbeelden van rassen uit rasgroep 1 zijn: de Australian Sheperd, de Border Collie, de Duitse Herder en de Belgische herder.
|
Rasgroep 2: Pinschers, Schnauzers, Molossers en Sennenhonden De rasgroep van de Pinschers, Schnauzers, Molosseres en Sennenhonden is een rasgroep met meerdere verschillende type honden. De Pinschers en Schnauzers waren van oudsher erfhonden, hierbij waren het ook erg goede verdelgers van ratten en muizen en waakhonden op het erf. De Pinschers zijn gladharige honden en de Schnauzers zijn ruwharige honden. Ook tegenwoordig zijn het nog goede ratten- en muizenvangers en zijn het nog felle waakhonden die graag in de aanwezigheid van de baas zijn. De Molossers zijn grote impossante honden. De meeste Molossers werden vroeger gebruikt in de oorlogstijd om de eigenaar te beschermen en mee te vechten. Een aantal Molossers werd werd ook gebruikt voor de jacht op groot wild zoals beren en wolven. Hun werk deden ze zelfstandig en zonder andere honden, hierdoor zijn het honden die goed alleen gehouden kunnen worden. Een aantal rassen |
 Afb. Groot Zwitserse Sennenhond | zijn soms zelfs moeilijk met soortgenoten te huisvesten. De laatste honden die tot de tweede rasgroep behoren zijn de Sennenhonden. De bekendste is de Berner Sennenhond, maar er zijn nog andere Sennenhonden. Sennenhonden komen oorspronkelijk uit de Zwitserse Alpen waar het echte boerenerfhonden waren. Daarnaast hadden de verschillende rassen nog specifieke taken zoals een waken, trekken en veehouden. Enkele voorbeelden uit deze rasgroep zijn: de Dwergpinscher, de Duitse Dog, de Mastiff en de Appenzeller Sennenhond.
|

Afb. Lakeland Terriër |
Rasgroep 3: Terriërs Terriërs worden ook nog wel eens aardhonden genoemd vanwege het oorspronkelijke werk wat ze moesten verrichten. Ze zijn namelijk gefokt voor de jacht op klein wild, zoals konijnen, vossen en dassen. Doordat deze dieren veel gebruik maken van holen en gangen onder de grond moesten de Terriërs mee onder de grond om het wild te vinden. Hiervoor waren kleine, stevige en alerte honden nodig met voldoende moed om het op te kunnen nemen tegen hun tegenstanders. Ook de tegenwoordige Terriërs hebben veel van dit gedrag nog niet verloren en zijn daardoor nog felle honden met een goed ontwikkeld jachtinstinct. Toen in het begin van de vorige eeuw veel jachten werden verboden werden veel Terriërs als huishond gehouden. | Hierdoor zijn ze erg gesteld geraakt op gezelschap van de mens en zijn ook tegenwoordig nog graag in de buurt van de eigenaar. Terriërs hebben gemiddeld genomen veel beweging nodig. Enkele bekende terriërrassen zijn o.a. de Jack Russel Terrier, de West Highland White Terriër, de Cairn Terriër en de Yorkshire Terriër.
Rasgroep 4: Dashonden Dashonden zijn in Nederland beter bekend onder de naam Teckel. De Teckel is gefokt voor de jacht op vossen en dashonden. De hond werd in de vossenburcht neergezet en moest op eigen initatief de vos zoeken en aanblaffen. Hiervoor was veel moed, doorzettingsvermogen en slimheid nodig. Verder hadden ze een grote jachtpassie nodig om het werk te kunnen doen. Deze jachtpassie zijn ze door de eeuwen heen nog niet kwijt geraakt en veel teckels hebben tegenwoordig dan ook nog wel eens de neiging om hun neus achterna te lopen. Op zo'n moment zijn ze erg moeilijk terug te krijgen als ze niet onder appel staan. |

Afb. Teckels
| De Teckel is er in 3 verschillende maten variërend tussen de 4 en 10 kilogram. Al deze maten zijn er in 3 haarvarianten; de korthaar, de ruwhaar en de langhaar.
 Afb. IJslandse hond |
Rasgroep 5: Spitsen en Oertypes Deze rasgroep bestaat uit een brede verzameling honden die allen al sinds enige eeuwen gebruikt worden voor bepaalde taken. De taken die deze honden uitvoeren verschillen van sledehond tot jachthond en van erfhond tot veehoeder. De grootste groep honden wordt gebruikt in de koudere delen van de wereld (Scandinavië, Siberië, Alaska). Hiervoor hebben ze een dikke warme vacht nodig. De sledehonden worden gebruikt om grote afstanden te overbruggen in de wintertijden. De jachthonden uit deze groep werden voornamelijk gebruikt voor de jacht op groter wild (bijv. de eland, wild zwijn, beren), maar ook vogels werden bejaagd door bepaalde rassen. | Om in de uitgestrekte gebieden aan de jager te laten weten waar het wild zat waren de meeste honden luid op spoor (blaffend tijdens volgen wild). Dit is een karaktertrek die veel van deze honden tegenwoordig ook nog bezitten. Het andere deel van de groep wordt gevormd door oude jachthonden vanuit landen als Mexico, Japan, Spanje en Thailand. De meeste honden uit deze groep zijn erg gesteld op bekende mensen maar kunnen terughoudend zijn naar onbekenden aangezien de honden vroeger ook vaak erfhond waren. Door het oorspronkelijk werk moesten ze veel zelf oplossen en veel moed hebben. De honden uit deze groep zijn ook tegenwoordig nog waaks en hebben een goed ontwikkeld jachtinstinct. Enkele voorbeelden van deze rassen zijn; de Siberische Husky, de Keeshond, de ChowChow en de naakthonden.
 Afb. Grand en Petit Basset Griffon Vendeen |
Rasgroep 6: Lopende honden, Zweethonden en aanverwante rassen Rasgroep 6 is de rasgroep waarin de meeste honden zijn ingedeeld; meer dan 70 rassen behoren tot deze rasgroep. Het is echter een groep waarvan ongeveer 20 rassen van deze honden daadwerkelijk in Nederland voorkomt. Ze hebben één grote overeenkomst; de honden bezitten over een uitzonderlijk reukvermogen. Deze honden zijn gefokt om wild op te sporen en de reuksporen die deze dieren hebben achter gelaten te volgen. Dit spoor volgen ze onder luid geblaf, dit heet "luid geven". Een andere naam waarmee de honden uit rasgroep 6 worden aan geduid is brakken. Brakken zijn honden die in meutes (groepen) samen werken, hierdoor zijn het honden die van nature verdraagzaam zijn naar honden en mensen. |
Rasgroep 7: Staande honden Staande honden zijn gefokt voor de jacht, ze moesten het wild zoeken en aanwijzen. Wanneer ze wild gevonden hadden moesten ze doodstil blijven staan tot de jager er was. Een deel van de staande honden is puur gefokt op het aanwijzen van wild, een ander deel moet het aangeschoten wild ook terug brengen bij de jager. Staande honden hebben een groot ontwikkeld jachtinstinct. Tegenwoordig hebben de staande honden hun instinct nog niet verloren, veel honden die vandaag de dag nog voor de jacht worden gebruikt behoren tot de groep van de Staande Honden. Staande honden hebben veel beweging en ruimte nodig om hun energie kwijt te kunnen.
|
 Afb. Duitse Staande Korthaar | Enkele bekende rassen uit deze rasgroep zijn: de Duitse Staande, de Heidewachtel, de Friese Stabij en de Drentse Patrijs.
 Afb. Flatcoated Retriever |
Rasgroep 8: Retrievers en Waterhonden Anders dan de naam doet vermoeden bestaat deze rasgroep niet alleen uit Retrievers en Waterhonden, maar behoren ook de Spaniës tot deze groep. De Retrievers bevatten met 6 rassen de kleinste groep in deze rasgroep. Van deze 6 zijn er 2 echter wel erg populair in Nederland, de Labrador Retriever en de Golden Retriever staan dan ook beide in de top 10 van populairste rassen in Nederland. De Retrievers hadden allemaal de taak om geschoten wild terug te brengen bij de eigenaar, het waren geen honden die het wild ook moesten opzoeken. Hierdoor is het jachtinstinct wat minder overheersend dan van bijvoorbeeld de staande honden. Retrievers zijn honden die graag bij de baas in de buurt zijn en erg graag met de baas willen werken. De tweede groep wordt gevormt door de Spaniëls. Spaniels zijn honden die gebruikt werden bij de jacht in moeilijk begaanbaar terrein. Deze honden moesten in de dichte dekking opzoek naar wild. Wanneer ze dit wild hadden | gevonden werd het wild of opgejaagd zodat de jager het wild kon schieten óf de honden gingen bij het wild in de buurt liggen waarna de jager een net over het wild (en de hond) heen gooide. Spaniëls zijn actieve honden die graag in de omgeving van de baas zijn. De derde en laatse groep wordt gevormd door de Waterhonden. Deze honden hadden in principe dezelfde taak als de Retrievers alleen waren ze dan specifiek gefokt op de jacht in en om het water. De vachten die deze honden hebben zijn dan ook allemaal waterafstotend. De Waterhonden zijn actieve vrolijke honden die graag voor de baas werken, wat er dan voor werk gedaan worden maakt niet veel uit. Enkele voorbeelden uit rasgroep 8 zijn: de Golden Retriever, de Engelse Cocker Spaniël, het Kooikerhondje en de Portugeese Waterhond.
Rasgroep 9: Gezelschapshonden Het grootste deel van de gezelschapshonden is vroeger gefokt om de vrouw des huises gezelschap te houden als de mannen op jacht waren. Vroeger werden deze hondjes dan ook wel schoot- of dameshondjes genoemd, maar al vroeg waren er ook mannen erg geïntereseerd in deze rassen. Behalve de schoot- of dameshondjes behoort ook een jachthond als de poedel tot deze groep van gezelschapshonden. Doordat veel gezelschapshonden van zeer verschillende honden afstammen, is er niet 1 duidelijk karakter aan te geven. De honden uit deze rasgroep hebben één karakter eigenschap gezamenlijk; ze zijn allemaal erg gesteld zijn op de aanwezigheid van de eigenaar. De beweging die deze hondjes nodig hebben is erg verschillend per ras. Het meerdendeel van de rassen in deze groep heeft lang haar en vraagt meer vachtverzorging dan de gemiddelde hond. |
 Afb. Vlinderhondje |
 Afb. Saluki |
Rasgroep 10: Windhonden Windhonden zijn de enige honden die gefokt zijn voor de jacht door middel van zicht. Het reukvermogen van windhonden is dan ook slecht ontwikkeld. De meeste windhonden kennen een eeuwenoude historie in verschillende landen. Ze zijn gefokt op hun snelheid en uithoudingsvermogen; ook tegenwoordig behoren de windhonden tot de snelste honden ter wereld. Ze maken jacht op klein wild als konijnen en hazen, maar ook op groot wild als gazellen, everzwijnen en wolven. Windhonden zijn erg gesteld op de aandacht van de eigenaar. Het is goed om te weten dat alle windhonden in meer of mindere mate een erg sterk ontwikkeld jachinstinct hebben. Wanneer zij niet goed onder appel staan zullen ze achter elk wild (of kat) wat ze zien aangaan, ook al steekt dit wild bijvoorbeeld net een drukke weg over. Het is aan te raden windhonden alleen los te laten lopen als u zeker weet dat er geen wild zit of in een omheind gebied |
Vachtsoorten
Net als dat er vele verschillende hondenrassen bestaan, bestaan er ook vele verschillende hondenvachten. In principe heeft elk ras een ander soort vacht. De verschillende vachten zijn echter wel onder te verdelen in types. Er zijn 7 verschillende vachttypes waarvan er 1 eigenlijk geen vacht is, dit is de haarloze vacht.
De verschillende vachttypes zullen hieronder aan bod komen met een korte uitleg van de vacht en de verzorging. Maar eerst een korte inleiding over hoe de hondenvacht is opgebouwd.
De vacht bestaat uit 2 verschillende haren, de dekharen en de onderwol. De meeste honden hebben beide soorten haren elk in verschillende lengtes en diktes. De kortharige vachten bestaan alleen uit de dekharen. Dekharen zijn stuge harde haren die per ras in verschillende lengtes kan zijn. De onderwol bestaat uit zachte wat pluizige haren. Afhankelijk van de hoeveelheid onderwol kan een vacht ruw of zacht aanvoelen. Het verharen van de vacht komt bij elk vachttpe voor. De meeste honden hebben duidelijke ruiperiodes, dit zijn periodes waarin een gedeelte van de vacht in 1 keer los laat meestal gebeurd dit een 2x per jaar. Andere vachten verliezen het hele jaar door enkele haren en hebben geen duidelijke ruiperiode. Er zijn vachttypes (zoals de kroesharen) die niet uit zichzelf haren verliezen en regelmatig geborsteld moeten worden om de oude losse haren kwijt te raken.
Korthaar Het eerste vachttype is de korthaar, ook wel gladhaar genoemd. Kortharen hebben een stevige korte bovenvacht met geen tot weining ondervacht. De dekharen verharen het hele jaar door, hierdoor hebben veel kortharen geen tot een geringe rui periode. De vachtverzorging voor deze honden omvat niet veel zorg, 1 keer per 2 à 3 weken een rubberen borstel ovre de vacht is voldoende. Een voorbeeld van een hond met een kortharige vacht is een Dobermann. |
 Afb. Rhodesian ridgeback |
|
 Afb. Groenendaeler, lang stokhaar
|
Stokhaar Het tweede vachttype is die van de stokharen. De stokharen hebben een dubbele vacht met een zachte wollige ondervacht en daarover heen korte dekharen. De ondervacht laat 2 keer per jaar in zijn geheel los. In het voorjaar laat de dikke wintervacht los en maakt plaats voor de dunnere zomervacht, in het najaar wisseld de zomervacht om voor de wintervacht. De dekharen verharen gedurende het hele jaar. Binnen de stokharen wordt nog onderscheid gemaakt in 2 verschillende lengtes, de kort stokhaar en de lang stokhaar. De kortstokhaar heeft een korte bovenvacht én een korte ondervacht, de lang stokhaar heeft een korte bovenvacht met een langere ondervacht. Een voorbeeld van de kort stokharen is de labrador en een voorbeeld van de langstokhaar is de Berner Sennen. |
Langhaar Het derde vachttype is van de honden met de langharige vachten. Langharen hebben een lange bovenvacht met weinig of veel ondervacht. Dit is afhankelijk van het ras. De langharen met weining onderwol hebben een afwijkende rui, de boven- en de ondervacht verharen tegelijkertijd in gedeeltes. Hiermee wordt bedoeld dat bijv. eerste de haren aan de achterhand in de rui gaan en daarna pas de haran aan de voorhand. Daar in tegen verharen de langharen met veel onderwol het hele jaar door en niet in een bepaalde ruiperiode. Deze vacht vraagt trouwens het meeste onderhoud van alle hodnenvachten, dit komt doordat de lange ondervacht er snel en makkelijk in de klit komt. Deze vachten moeten gemiddeld genomen 2x per week volledig uit de klit gehaald worden. Enkele voorbeelden zijn de Schapendoes en de Briard. |
 Afb. Pyreneese herdershond |
|
.jpg)
Afb. Hollandse herder ruwhaar |
Ruwhaar Het volgende vachttype is die van de ruwharige honden. Deze vacht bestaat uit zowel onder- als bovenwol. De bovenvacht bestaat uit dik ruw haar die in 1 keer volledig verhaard. Het aparte aan deze vacht is dat de dode dekharen niet vanzelf loskomen, deze haren moeten met de hand worden log geplukt. Na enkele weken groeien de nieuwe dekharen weer over de ondervacht heen. Dit plukken is meestal elke 4 tot 6 maanden nodig. Enkele voorbeelden zijn de ruwharige Teckel, de Cairn Terrier en de Duitse Staande draadhaar. |
Krulvacht De volgende vacht is voor veel mensen wel een bekend verschijnsel en dat is de krulvacht. De meeste mensen zullen deze kennen van de poedels en dan vooral van de showpoedels met een hele grote/dikke vacht. Deze vacht komt echter bij veel meer rassen voor. Om de vacht te verzorgen is het nodig om elke 2 tot 3 dagen de vacht goed uit te borstelen als deze lang gehouden wordt. Deze vacht verhaard niet tot weinig maar blijft door groeien, hierdoor is het noodzakelijk om de vacht regelmatig te laten trimmen. Enkele andere voorbeelden van honden met een krulvacht zijn: de Bishon Frisé en de Kerry blue Terrier. |
 Afb. Lagotto Rogmagnolo |
|
 Afb. Bergamasco
|
Vlitvacht Een andere minder bekende vachtsoort is de viltvacht. De viltvacht komt maar bij weinig honden voor en staat ook wel bekend onder de naam "rastavacht". De vacht verhaard net als bij bijna alle andere honden 2 keer per jaar. Echter vallen de los komende haren niet uit de vacht, maar blijven in de bovenvacht hangen. Hierdoor ontstaan er allemaal kleine klitten. Deze klitten worden steeds langer na elke rui tot het lange slierten gaat vormen. Hierdoor krijgen de honden hun typische uitstraling. De vacht die zichtbaar is, is dus eigenlijk allemaal afgestorven haar. Er zijn maar enkele rassen met deze vacht, dit zijn: de Komondor, de Bergamasco en de Puli |
Haarloos Deze vacht is eigenlijk geen vacht te noemen, deze honden missen namelijk (gedeeltelijk) hun vacht over het gehele lichaam. Er zijn maar een aantal rassen die dit vachttype bezitten, van deze honden heeft een gedeelte nog een klein beetje beharing, meestal op de poten, kop en staart. Ondanks dat deze honden geen haar hebben, betekend dit niet dat er geen (vacht)verzorging gegeven hoeft te worden. Doordat ze hun natuurlijke bescherming missen van hun vacht zijn deze honden gevoelig voor de zon en kou. De huid van deze honden kan snel verbranden en tijdens regen en de winter kunnen ze snel afkoelen. Verder hebben bijna alle naakthonden een afwijkend gebit, waar problemen mee kunnen ontstaan. Enkele voorbeelden zijn: de Mexicaanse en de Peruaanse naakthond en de Chinese Naakthond. |
 Afb. Peruaanse naakthond |
|
Laatste update: 24-11-2009 |
|