Wilde konijnen leven in groepen van ongeveer 6 tot 100 konijnen groot. In deze groepen heerst een duidelijke sociale hiërarchie. De mannetjes vechten namelijk voor dominantie (rammelaars) en vrouwtjes (voedsters) verdedigen hun nest. Het verschil tussen de wilde en de gedomesticeerde (thuis gehouden) konijnen is dat wilde konijnen absoluut niet tam gemaakt kunnen worden, ook niet wanneer ze van jongs af aan met de hand worden grootgebracht.
Konijnen leven graag in uitgegraven tunnels in de grond, echter ze zijn ook actief boven de grond waar ze rondlopen en springen, met elkaar spelen en achter elkaar aan rennen. Ook liggen konijnen bij elkaar te rusten en wassen zich graag gedurende een groot deel van de dag.
Konijnen behoren tot de haasachtigen en niet tot de knaagdieren. Konijnen en haasachtigen hebben in tegenstelling tot knaagdieren geen twee maar vier snijtanden in de bovenkaak.