Home
Kat
Hond
Konijn
Cavia
Knaagdieren
Fret
Gedrag
Onderzoek
Tandheelkunde
Kat
Hond
Konijn
Cavia
Kleine knaagdieren
Fret
Chirurgie
Voeding
Verzekeringen
Nascholing
Patiënt van de maand
Afscheid van uw dier
Apotheek/medicijnen
Vacatures
Nieuws
Contact
Links
Inloggen
Site info

Het gebit van de kat

Het gebit van de kat
Gebitsproblemen & behandeling
Preventie


Het gebit van de kat

De ontwikkeling van het gebit van de kat begint al voor de geboorte. In de baarmoeder
worden de tandkiemen voor zowel het melk- als het blijvende gebit aangelegd. Een kat
heeft net zoals bij een mens een melkgebit dat uiteindelijk plaats maakt voor een blijvend
gebit. Een kitten wordt zonder tanden en kiezen geboren. Pas 2 tot 4 weken na de
geboorte komen de eerste elementen van het melkgebit door.

Wanneer het kitten ongeveer 12 weken oud is gaat het melkgebit plaats maken voor het
blijvende gebit. Over het algemeen wisselen de snijtanden in de onderkaak eerder dan de
snijtanden in de bovenkaak. Dit geldt ook voor de overige tanden en kiezen.

Tand

Doorkomen melkgebit     

Wisselen naar blijvend gebit    

Snijtanden           2 - 3 weken   3 - 4 maanden
Hoektanden

  3 - 4 weken

  5 - 6 maanden
Premolaren (valse kiezen)   3 - 6 weken   4 - 6 maanden
Molaren (kiezen)     5 - 6 maanden


De elementen van het blijvend gebit zijn een stuk groter dan de elementen van het melkgebit. Het blijvend gebit kan zich dan ook pas verder ontwikkelen als de kaken gegroeid zijn en er
dus meer ruimte is. Door de groei van de blijvende elementen worden de wortels van het
melkgebit geresorbeerd (opgelost). Uiteindelijk valt het melkgebit uit.

                  

       

 

 

 

           1. Snijtand (centraal)
        2. Snijtand
        3. Snijtand
        4. Boven hoektand
        5. Onder hoektand
        6.
Boven premolaar
        7.
Boven premolaar
        8. Scheurkies
        9. Boven molaar
       10. Onder premolaar
       11. Onder premolaar
       12. Onder molaar

























De kat heeft een scharend gebit waarmee dingen gemakkelijk doorgebeten kunnen worden.

Terug naar overzicht


Gebitsproblemen & behandeling

Tandplaque & tandsteen
Een veel voorkomende gebitsaandoening is tandplaque. Tandplaque
is een vrij zachte laag die bestaat uit een combinatie van levende
en dode bacteriën, calcium en fosfor uit het speeksel, voedselresten en water. Tandplaquevorming ontstaat bij voorkeur langs het tandvlees. Ook hebben de vorm en aanleg van de gebitselementen hierbij een grote rol. Ook is er een individuele aanleg voor de vorming van tandplaque: het ene dier heeft er sneller last van dan het andere en ook de ernst van de gevolgen kan per dier verschillen.

Tandsteen ontstaat wanneer er onder invloed van speeksel verkalkingen optreden in tandplaque. Tandsteen ontstaat vooral op die plaatsen waar speekselklieren uitmonden in de bek. Tandsteen heeft een ruw oppervlak waardoor het een ideale plaats is voor bacteriën.



Gingivitis (tandvleesontsteking) , parodontitis, FORL
Er is sprake van tandvleesontsteking (gingivitis) zodra het tandvlees meer dan normaal roodgekleurd is. Het tandvlees is gezwollen en kan makelijk bloeden. Vaak hoeft het bloed niet zichtbaar voor u te zijn. Gingivitis (tandvleesontsteking) ontstaat vaak direct langs de tanden en kiezen. Mogelijke oorzaken voor het ontstaan van gingivitis zijn: 
      - Tandplaque en tandsteen;
      -  Vreemd voorwerp in de bek;
      -  Afgebroken tandelementen:
      -  Virussen (FIV, FeLV);
      -  Complicatie bij uremie (verhoogd ureumgehalte in het bloed);

Als gevolg van deze ontsteking kan het tandvlees zich terugtrekken waardoor de tandhals en wortels zichtbaar worden. Deze ontsteking kan tot gevolg hebben dat ook het onderliggende bot ontstoken raakt. In dit geval spreken we van parodontitis. Parodontitis is een ontsteking van de verankering van de gebitselementen. Doordat het tandvlees zich terugtrekt ontstaan er zogenaamde pockets. Hierin kunnen bacteriën en viezigheid zich ophopen met als gevolg dat er een FORL (Feline Odontoclastische Resorptieve Laesies) kan ontstaan. FORL is een progressieve aandoening. Dit betekent dat als de ziekte zich eenmaal openbaart bij 1 element er na verloop van tijd steeds meer tanden en kiezen aangetast zullen worden.

De enige therapie is het trekken of extraheren van de bewuste tand of kies zodat de kat geen pijn meer heeft. Drs. Simon Kleinjan is gespecialiseerd in gebitsbehandelingen bij gezelschapsdieren en volgt hier zeer regelmatig nascholingen over.

Wisselproblemen
- Persisterend melkgebit: Dit betekent dat het melk element nog aanwezig is, 
                                  terwijl het element van het blijvende gebit al is doorgekomen.


- Polydontie/hyperodontie: Vorming van een extra element. Hierdoor kunnen
                                     standveranderingen van het gebit optreden. Tevens
                                     kunnen er voedselresten tussen de elementen gaan zitten.
                                     Afhankelijk van waar dit extra element zich bevindt en welke
                                     problemen hierdoor worden veroorzaakt  zal deze tand/kies 
                                     getrokken moeten worden.

(Af)gebroken elementen
Een afgebroken element kan worden behandeld door middel van het plaatsen van een kroon of door het verwijderen van de tand/kies. Vaak wordt gekozen voor de laatste optie: het verwijderen van de tand/kies. Dit heeft als voordeel dat de kat slecht 1 maal onder narcose gebracht hoeft te worden en niet meerdere malen zoals bij het plaatsen van een kroon. Het verwijderen van een tand heeft geen nadelige invloed op de opname van voeding.

Terug naar overzicht


Preventie

Voeding
Voeding speelt een belangrijke rol bij de preventie van gebitsproblemen. Zo geven harde droge brokken minder snel problemen dan zacht blikvoer. Een goed dieetvoer voor de preventie van gebitsproblemen is "Hill's rescription diet t/d" dat verkrijgbaar is bij Dierenkliniek Biltstraat. Deze voeding is specifiek samengesteld voor de voedingsbehandeling bij katten met gebitsaandoeningen door de speciale structuur en enzymatische werking tegen tandplaquevorming.

Tanden poetsen
Met behulp van een speciaal voor katten aangepaste tandenborstel en tandpasta kan tandplaque verwijderd worden. Tandpasta geschikt voor mensen is niet geschikt voor katten, zij kunnen hun mond immers niet naspoelen. Twee tot drie keer in de week poetsen is vaak voldoende om de vorming van tandplaque tegen te gaan.

Gebitscontrole door de dierenarts
Laat regelmatig (in ieder geval 1 keer per jaar tijdens de jaarlijke check-up en vaccinatie) het gebit van uw kat controleren door de dierenarts. Gebitsproblemen kunnen zo in een zo vroeg mogelijk stadium worden gediagnostiseerd en worden behandeld.

 



Regelmatige controle en indien nodig behandeling van het gebit is noodzakelijk. Het is belangrijk om u goed te realiseren dat ontstekingen in de bek de oorzaak kunnen zijn van ontstekingen elders in het lichaam. De bacteriën in de bek kunnen via de circulatie vastlopen in kleine bloedvaatjes in de nieren, de hartkleppen, de lever en de tussenwervelschijven.

Twijfelt u of uw kat een gebitsprobleem heeft? Neemt u dan contact op met Dierenkliniek Biltstraat voor meer informatie of voor het maken van een afspraak voor de controle van het gebit. 

 

 

Terug naar overzicht


Laatste update: 30-01-2009